Prestatieveld 3


Informatie, advies en cliëntondersteuning

Onder dit prestatieveld wordt de algemene toegang tot Wmo-voorzieningen verstaan. Als basis daarvoor heeft elke gemeente in 2007 één gemeentelijk loket benoemd waar iedere burger met zijn vragen terecht kan. Dit ene loket zou de volgende functies moeten hebben:
 
  1. het geven van informatie over welke voorzieningen er in de gemeente zijn;
  2. het verhelderen van de vraag. Er zijn kwetsbare burgers die zich vaak onzeker voelen over wat zij kunnen en willen. Door samen met deze mensen de situatie door te nemen kan hem of haar worden geadviseerd welke voorziening het meest geschikt is.
  3. het indiceren van de burger naar zorg of ondersteuning (zowel voor AWBZ als voor Wmo). Indiceren is het vaststellen van de noodzakelijke zorg of ondersteuning. Het gaat hier vooral om individuele voorzieningen als (huishoudelijke zorg, rolstoel, woningaanpassing, vervoer). Ook hier kan de burger ondersteuning krijgen bij bemiddeling naar een voorziening.

Sport- en beweegaanbieders

Voor sport- en beweegaanbieders is het van belang dat zij ervoor zorg dragen dat alle sport- en beweegmogelijkheden bij het loket bekend zijn. Eventueel kan een professional van het loket spreekuur kunnen houden ten aanzien van sport en bewegen. Degene die het spreekuur bemenst kan dan optreden als cliëntondersteuner die bemiddelt tussen burger en aanbieder van sport- en beweegactiviteiten.

Gemeente

De gemeente gaat na op welke wijze sport en bewegen een volwaardige plaats kan krijgen binnen de gemeentelijke informatievoorziening (Wmo-loket, huis-aan-huisbladen etcetera).
De gemeente kan een functionaris aanstellen om mensen met beperkingen te wijzen op de mogelijkheden deel te nemen aan sport en bewegen.

Praktijkvoorbeeld: Loket aangepast sporten groot succes

Aangepast sporten heeft in Amsterdam een enorme vlucht genomen. In 1990 beoefenen slechts 600 mensen een aangepaste sport, verdeeld over vier sportverenigingen. In 2006 gaat het om 151 Amsterdamse verenigingen en 8600 mensen. Ongeveer 4000 van hen zijn chronisch zieken, de overigen zijn mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Een deel van het succes mag op het conto worden geschreven van Harry Visser, medewerker aangepast sporten van de gemeente Amsterdam. Hij is een personificatie van het loket.
In 1990 schrijft Harry Visser alle Amsterdamse sportverenigingen aan met de vraag of ze mensen met beperkingen in hun ledenbestand hebben. Hij ondersteunt sportverenigingen en legt hij uit welke beperkingen mensen kunnen hebben. Zonder enige andere actie verdubbelt na deze brief het aantal aangepaste sporters dat lid is van een sportvereniging. Daarna maakt Harry een beweegwijzer, voor in de wachtkamers van huisartsen, ziekenhuizen, revalidatiecentra, dagopvang en fysiotherapeuten. ‘Eerst was dit slechts een adreslijst, maar in latere wegwijzers vertellen mensen zélf iets over hun handicap en sport. Zo maak je het persoonlijk.’

Omdat hij sinds 1990 Amsterdam flink in beweging brengt, worden Harry Vissers activiteiten zonder meer in de Wmo opgenomen. ‘Ik bewaak of sport en vrijetijdsbesteding ook in de Wmo wordt verwerkt’, vertelt Harry. Zelf ben ik nog vooral gericht op sportverenigingen, mar het speelveld wordt is groter geworden: Chronisch zieken zijn erbij gekomen, die sporten veelal bij fysiotherapeuten met een beweegaanbod en ook het club- en buurthuiswerk besteed veel van haar tijd aan sport en bewegen. Harry's takenpakket wordt groter en groter: hij overlegt met internisten, fysiotherapeuten, migrantenvrouwen, een zorgverzekeraar, de psychiatrie.

Praktijkvoorbeeld: Loket moet mensen ‘warm’ doorverwijzen

Wat in Amsterdam een succes is, moet in veel kleinere gemeenten nog van de grond komen. Kan sport en bewegen ook in kleinere gemeenten goed in beeld worden gebracht, bijvoorbeeld achter het Wmo-loket? Ja, denkt Hein de Graaf van stichting Vraagwijzer in Koudekerk aan den Rijn. Maar je mag van dit ene loket niet vragen om zelf alles in kaart te brengen en een netwerk op te bouwen. Dat kan bijvoorbeeld een sportambtenaar beter doen.
‘De mensen in het loket hebben overzicht nodig’, vertelt Hein de Graaf. ‘Het zijn generalisten die alle mogelijkheden moeten overzien. Dat moet achter het loket worden gecoördineerd. Daartoe zijn twee voorwaarden van belang. Allereerst kennisuitwisseling. In een gemeente moeten mensen weten wat je aan elkaar hebt. Dan spreek ik niet over hier en daar een folder neerleggen, maar over een intensief kenniscircuit van mensen die elkaar regelmatig zien.’
De tweede voorwaarde is dat verschillende partijen zoveel mogelijk voor elkaar proberen te betekenen. ‘Je moet vlot kunnen vinden welke vereniging welk aanbod heeft. Hoe kom je binnen, wat zijn de voorwaarden? En dit mag zich niet beperken tot verhalen wat allemaal mogelijk is, waarna de burger alle paden zelf moet bewandelen. Iemand die eenzaam is, zal niet alle paden aflopen. Dus niet alleen adressen meegeven, maar “warm” verwijzen: het loket legt de contacten en zorgt dat er iets gebeurt.’

Prestatieveld 3
geven van informatie, advies en cliëntondersteuning