Prestatieveld 5
Participatie van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem of psychosociaal probleem
Dit prestatieveld vertoont overeenkomst met de prestatievelden 1 en 4. Het verschil is dat dit prestatieveld is toegespitst op groepen kwetsbare burgers, voor wie hun beperking een belemmering is of kan zijn voor het maatschappelijk functioneren.
Sport- en beweegaanbieders
Algemene (sport)voorzieningen zijn in de praktijk nog lang niet altijd toegankelijk voor mensen met een beperking, zowel voor de gehandicapte supporter als voor de gehandicapte sporter. Zij ervaren bijvoorbeeld drempels om lid te worden van sportverenigingen, vaak omdat het prestatieniveau voor hen te hoog is. Sportorganisaties kunnen hun toegankelijkheid vergroten door:
- de voorziening fysiek beter toegankelijk te maken voor bijvoorbeeld rolstoelgebruikers, opdat zij ook gebruik kunnen maken van de tribune of de kantine van een sportvoorziening;
- speciale activiteiten te organiseren voor een of meer specifieke doelgroepen van de Wmo. Bijvoorbeeld een sportschool die bepaalde uren open is voor mensen met chronische aandoening of mensen met een verstandelijke beperking;
- binnen de sportvereniging een aparte afdeling in te richten voor mensen met een beperking;
- veel meer te stimuleren dat sporters met een beperking begeleiding krijgen. Dat kan door sporttechnische deskundigheid, maar ook door meer gebruik te maken van vrijwilligers die samen met de gehandicapte sport bedrijft: fietsen op een tandem, bezoek sportschool, gezamenlijk roeien, natuurwandelingen.
Gemeente
De gemeente gaat met de sport- en beweegaanbieders na hoe zij, samen met organisaties en professionals uit zorg en welzijn, kan stimuleren dat meer mensen met een beperking en/of chronische aandoening actiever bewegen in het dagelijkse leven. Daarnaast kan de gemeente een budget vaststellen waarvan verenigingen en organisaties gebruik kunnen maken voor het stimuleren van sport en bewegen voor mensen met een beperking. Aan de gehandicapte zelf kan een persoonsgebonden budget beschikbaar gesteld worden waarmee hij of zij een begeleider kan inhuren.
Praktijkvoorbeeld: Na leefstijlcursus doorstromen naar sport en bewegen
In de cursus ‘Bewegen en Gezondheid’ werken ouderen aan vergroting van zelfredzaamheid, preventie van gezondheidswinst, preventie van ouderdomsklachten, en het aanleren van een actievere leefstijl. In Brabant gaan ze sinds 2004 een stap verder, onder begeleiding van het BOZ (Brabants Ondersteuningsinstituut Zorg).
‘Leefstijl Actief in de wijk’ heet de nieuwe aanpak waar inmiddels 24 Brabantse gemeenten onder begeleiding van het BOZ aan deelnemen. Oudere bewoners van een wijk of dorp worden uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst, waar de cursussen uit Bewegen en Gezondheid worden aangeboden.’Lokale sport- en beweegaanbieders demonstreren vervolgens hun eigen aanbod. De cursisten kunnen dus meteen ‘doorstromen’ naar een bestaande activiteit’, vertelt BOZ-adviseur Jack Gudden. .
‘Leefstijl Actief in de wijk’ heet de nieuwe aanpak waar inmiddels 24 Brabantse gemeenten onder begeleiding van het BOZ aan deelnemen. Oudere bewoners van een wijk of dorp worden uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst, waar de cursussen uit Bewegen en Gezondheid worden aangeboden.’Lokale sport- en beweegaanbieders demonstreren vervolgens hun eigen aanbod. De cursisten kunnen dus meteen ‘doorstromen’ naar een bestaande activiteit’, vertelt BOZ-adviseur Jack Gudden. .
Het succes van de Brabantse aanpak schuilt in de vele samenwerkingspartners waarmee het BOZ de informatiebijeenkomsten organiseert. In een dorp kan het de katholieke ouderenbond zijn, in een achterstandswijk een organisatie van allochtonen. Maar ook de GGD, stichtingen welzijn, gemeenten, thuiszorg en vrouwenorganisaties zijn mede-organisatoren geweest.
Praktijkvoorbeeld: Big!Move, beweging in gedrag en samen werken aan maatschappelijke participatie
Bewegen op advies van de huisarts helpt buurtbewoners te werken aan gezonde leefstijl.
Het gezondheidscentrum Venserpolder in Amsterdam Zuid Oost heeft daarvoor Big!Move ontwikkeld, waarmee de buurtbewoners gefaseerd groeien naar een gezonde en actieve leefstijl. Big!Move is een methode om mensen met plezier aan het bewegen te krijgen. Louis Overgoor (huisarts) en Marijn Aalders (fysiotherapeut) zijn de trekkers van dit initiatief, samen met vele collega’s uit het centrum.
Het gezondheidscentrum Venserpolder in Amsterdam Zuid Oost heeft daarvoor Big!Move ontwikkeld, waarmee de buurtbewoners gefaseerd groeien naar een gezonde en actieve leefstijl. Big!Move is een methode om mensen met plezier aan het bewegen te krijgen. Louis Overgoor (huisarts) en Marijn Aalders (fysiotherapeut) zijn de trekkers van dit initiatief, samen met vele collega’s uit het centrum.
Als tijdens het consult blijkt dat de patiënt te motiveren is voor een actieve aanpak van beweeggedrag, verwijst de huisarts naar Big!Move. Het programma is gefaseerd opgezet en bestaat uit stappen als: ik weet, ik kan, ik wil en ik doe. Uitgangspunten binnen het programma zijn: plezier/inspiratie; naar buiten gericht/de wijk in; benut de kracht en wat mensen nog kunnen; participatie met de focus op gezond gedrag. Deelnemers hebben meer plezier, meer sociale contacten en voelen zich fitter. De deelnemers worden sterker en krijgen meer zelfvertrouwen, leggen meer contacten, kunnen meer en doen meer. In het programma wordt samen met sport-, buurt- en welzijnsorganisaties gewerkt aan de maatschappelijke participatie van de deelnemers. De projectorganisatie die voor de gemeente de Wmo voorbereidt, ziet mogelijkheden om deze aanpak daaraan te koppelen omdat de aanpak bijdraagt aan verschillende prestatievelden van de Wmo.

