Prestatieveld 6


Voorzieningen aan mensen met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem

In de praktijk gaat het hier om individuele voorzieningen uit de Wet voorzieningen gehandicapten (vervoer, hulpmiddelen, woningaanpassing) die worden toegekend op basis van een indicatie en om geïndiceerde huishoudelijke zorg, zoals dat nu nog vanuit de AWBZ wordt toegekend. In tegenstelling tot een indicatie voor zorg gaat het hier om een indicatie die gericht moet zijn om het maatschappelijk functioneren mogelijk te maken. Momenteel worden vanuit de Wvg alleen vervoer en het hulpmiddel sportrolstoel aan mensen met een beperking toegekend.

Sport en bewegen

De Wmo is niet zorggericht, maar gericht op ondersteuning bij maatschappelijke participatie. Dit betekent dat de individuele voorzieningen moeten bijdragen aan het mogelijk maken van sport en bewegen door mensen met een beperking. Gedacht kan worden aan:
  • vervoersvoorziening om naar de sportaccommodatie of -gelegenheid te gaan;
  • meer hulpmiddelen (dan alleen een sportrolstoel) die van belang zijn voor het uitoefenen van de sport, bijvoorbeeld een handbike, fietstandem, zitski of een aangepast zadel.

Gemeente

De gemeente kan nagaan op welke wijze sport en bewegen kan worden gestimuleerd door het verstrekken van een individuele voorziening. Hiervoor is het nodig dat sport en bewegen onderdeel is van het indicatiebeleid. Het beschikbaar stellen van individuele voorzieningen om de deelname aan sport en bewegen te vergroten, kan ook in de vorm van een persoongebonden budget (pgb). 

Praktijkvoorbeeld: Vervoersbehoefte: een sporttandem

Als enige passagier in een regiotaxi, dat is wel collectief vervoer. Als slechtziende achterop een sporttandem is geen collectief vervoer. Nico Smits – nagenoeg blind en inwoner van Heerenveen – vraagt bij zijn gemeente uit de Wvg-pot een financiële bijdrage voor de aankoop van een sporttandem. De gemeente vindt de tandem niet nodig, na een peiling van zijn ‘vervoersbehoefte’. Nico woont minder dan 800 meter van een bushalte en kan meer dan 100 meter lopen.
‘Maar ik heb wel degelijk vervoer nodig’, vertelt Nico. ‘Ik heb een actief maatschappelijk leven, onder meer in de politiek en in cliëntenraden.’ Daarom gaat Nico in beroep, waarna de gemeente buigt: hij kan een vergoeding krijgen voor een stadstandem, handig voor de boodschappen. Maar Nico is niet blij. Want hij is óók actief in wielervereniging Batavus en dan heb je weinig aan een stadsfiets. Hij heeft zijn zinnen gezet op een sporttandem en gaat naar de rechter.
Net voor de rechtszaak geeft de gemeente toe. Er wordt een uitzonderingsbepaling toegepast en Nico krijgt zijn sporttandem. ‘Toch voelt het niet helemaal okee, want in mijn omgeving worden aanvragen van mensen wel blijvend afgewezen. Daarom hoop ik dat onder de Wmo gemeenten mensen daadwerkelijk gaan helpen om deel te kunnen nemen aan de maatschappij.’ Hij heeft daarbij zijn hoop gevestigd op het ‘compensatiebeginsel’ in de Wmo, de verplichting voor gemeenten om beperkingen te compenseren die iemand ervaart bij ‘het normale maatschappelijke verkeer’.

Praktijkvoorbeeld: Gemeenten maken reclame voor aangepast sporten

In Hoorn en omliggende gemeenten kunnen mensen met een beperking die een sportvoorziening wensen uitstekend uit de voeten. In de West-Friese regio is afgesproken dat een aparte sportvoorziening niet beperkt mag blijven tot een sportrolstoel. In Hoorn kan een gehandicapte ook een tegemoetkoming voor een aangepast paardrijzadel krijgen, een aangepaste racefiets, een beenprothese waarmee je kunt hardlopen, een sporttandem en noem maar op. ‘Wij vinden dat iedereen die met een beperking of een handicap wil sporten daartoe in staat moet worden gesteld’, vertelt beleidsambtenaar welzijn Eelco Zeinstra van de gemeente Hoorn. Mensen kunnen maximaal het bedrag ontvangen dat ook voor een sportrolstoel beschikbaar is. In de praktijk zijn de bedragen echter lager, behalve voor topsporters. Topsporters mogen op meer financiële ondersteuning rekenen omdat zij ‘een voorbeeldfunctie voor medegehandicapten hebben’, aldus Zeinstra.
Jaarlijks ontvangen de West-Friese gemeenten zo’n dertig aanvragen voor aangepaste sportvoorzieningen. Het loopt dus niet storm, terwijl de gemeenten er zeker reclame voor maken. Gemeenten die aanvragen voor aparte sporthulpmiddelen afwijzen, lijken dus vooral last te hebben van koudwatervrees. Maar hoe bepaal je of iemand serieus aan sport wil doen en of de gemeenschap daaraan moet meebetalen?

‘Iemand moet lid zijn van een sportvereniging en er duidelijk zin in hebben’, vertelt Zeinstra. ‘In de regio hebben we een medewerker aangepast sporten, die langsgaat bij de mensen. Hij begeleidt en beoordeelt de serieusheid van de aanvragen. Verder zijn er geen minimumeisen.’ In de regio Hoorn zien de gemeenten in dat sporten en bewegen mensen kan helpen zolang mogelijk zelfstandig te blijven functioneren. ‘Mensen die sporten krijgen een betere conditie en leren omgang met anderen te hebben. Ze voelen zich daardoor beter. Ook aangepast sporten zet andere zaken positief in beweging. Dit levert zeker ook winst op voor de gemeente, want mensen die zich prettig voelen worden minder snel ziek, gebruiken minder medicijnen, doen minder snel een beroep op zorg en mantelzorg.’

Prestatieveld 6
verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking, een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behoud van het zelfstandig functioneren of deelname aan het maatschappelijk verkeer.