Gemeente Hellendoorn
- Welke S&B-activiteiten worden (of zijn) Wmo-beleid?
- Voor verenigingen die activiteiten organiseren voor mensen met een functiebeperking, probeert de gemeente Hellendoorn o.a. via subsidieregelingen ondersteuning op maat te bieden. Ook worden verenigingen geďnformeerd over de mogelijkheden en regelingen rond sociale activering. Deze activiteiten zijn gerelateerd aan prestatievelden 4 en 5. Er is onderzoek gedaan naar het toegankelijk maken van accommodaties, op Twentse schaal. In de eigen gemeente wordt gewerkt aan de realisatie van een nieuw sportcomplex waarin veel aandacht is voor het zorgaspect. Hellendoorn werkt aan het voor alle doelgroepen toegankelijker maken van dit sportcomplex. Een tillift en een vaste hellingbaan zijn hier voorbeelden van. Dit is te scharen onder prestatieveld 5. Bij het gemeentelijk loket kunnen burgers ook voor sportvragen terecht (eenloketgedachte). Daarnaast is er een specifiek digitaal sportloket, een voorbeeld van een activiteit onder prestatieveld 3 (informatie en advies): www.sportisvooriedereen.nlVerder zijn er 3 BOS-projecten gehonoreerd voor de periode 2007 t/m 2010:
- ‘t KruidenBOS
In de periode 2004-2008 wordt met dit project de jeugd in de Kruidenwijk een zinvollere vrijetijdsbesteding aangeboden. Hiermee wil Hellendoorn de kans op overlast van hangjongeren verkleinen en wil zij het woongenot en de leefbaarheid in deze wijk vergroten, de jeugd van 4 tot 12 jaar beter bewegingsonderwijs en een naschools activiteitenprogramma aanbieden.
Voor het bewegingsonderwijs is een vakleerkracht aangesteld. - Haarle (kern)
Een voor enkele uren aangestelde vakleerkracht introduceert tevens een nieuwe bewegingsmethode. Reguliere onderwijzers worden dusdanig geschoold dat zij uiteindelijk zelf adequaat de lessen bewegingsonderwijs kunnen verzorgen. Samen met de GGD Twente wordt extra aandacht geschonken sport en gezondheid, met name in relatie tot voorkomen van obesitas. Er zijn twee nieuwe multifunctionele, openbaar toegankelijke kunstgras spel- en sportterreinen aangelegd die een waardevolle bijdrage leveren aan de mogelijkheid van bewegen en ontmoeten. Diverse organisaties leveren bijdragen in extra activiteiten. - Bos aan Z! in de wijk Groot-Lochter
Vanuit een multidisciplinaire aanpak, waarbij sportactiviteiten een wezenlijk onderdeel vormen, wordt getracht meer en beter contact te met kinderen, jongeren en ouders uit ‘probleemgezinnen’. Zo wordt de stap naar hulpverlening voor deze gezinnen verkleind. Sociaal-emotionele en maatschappelijke problemen worden vroegtijdig gesignaleerd. De sociale samenhang verbetert.
Deze BOS-projecten hebben een directe relatie met prestatieveld 1, leefbaarheid en sociale samenhang en prestatieveld 2, op preventie gerichte ondersteuning van jeugd en jongeren. - ‘t KruidenBOS
- Hoe worden deze S&B-activiteiten gefinancierd?
- Gemeentelijk sportbudget, de BOS-impuls en BSI-regeling.
- Wie organiseert deze activiteiten?
- Gemeente Hellendoorn, onderwijs, sportbuurtwerk, KANS-jeugdnetwerk, diverse sportaanbieders.
- Hoe worden de resultaten van deze activiteiten gemeten?
- In de beleidsevaluatie 2007 zijn de volgende (kwalitatieve en kwantitatieve) vragen leidend geweest:
- Wat is de sportparticipatie van volwassen inwoners in de gemeente Hellendoorn, uitgesplitst naar leeftijd, kern, tak van sport en organisatiegraad?
- Wat is de frequentie waarmee men aan sport doet?
- Wat zijn de ervaringen met het sportaanbod in de gemeente Hellendoorn?
- Aan welke sporten heeft men behoefte?
- Welke suggesties heeft men om het sportaanbod aantrekkelijker te maken?
- Wat zijn de ervaringen met vrijwilligerswerk bij sportverenigingen in de gemeente Hellendoorn?
- Hoe beoordeelt men beschikbaarheid en kwaliteit van sportaccommodaties en voorzieningen in de gemeente Hellendoorn?
- In welke mate denken volwassenen aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen te voldoen?
- In welke mate kent men het digitale sportloket van de gemeente Hellendoorn?
Voor ‘Bos aan Z!’ worden kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen onderscheiden. Concrete meetbare resultaten zijn bijvoorbeeld ‘75% van de lokale professionals en vrijwilligers geeft aan dat de onderlinge communicatie sterk verbeterd is’ (blz 28, Bos-projectplan BosaanZ 2007-2010).
- Wat zou het voor de deelnemers betekend hebben als zij niet aan deze activiteiten hadden deelgenomen?
- De diverse activiteiten zijn gericht op kwalitatieve verbetering (b.v. bewegingsonderwijs, infrastructuur) en verbetering van gezondheid, leefbaarheid en sociale samenhang.
Het belang van bewegen neemt een steeds belangrijkere plaats in, vooral in samenhang met de gesignaleerde noodzaak van een gezondere leefstijl. Voor wat betreft leefbaarheid en sociale samenhang kan sport en bewegen een waardevolle deelbijdrage leveren, maar is niet het enige middel.
- Waar staat het sportbeleid op dit moment?
- Juni 2007 is een onderzoek gepresenteerd naar sportdeelname in de gemeente Hellendoorn. Dit vormt tevens de kern van de evaluatie van het sportbeleid van de afgelopen vier jaar. De opbouw van het nieuwe sportbeleid sluit naadloos aan op de visie ten aanzien van het Wmo-beleidsplan van Hellendoorn. De belangrijkste speerpunten van het huidige sportbeleid zijn:
- versterking van de aandacht voor wettelijke eisen m.b.t. beheer en exploitatie van sportaccommodaties;
- handhaving en waar mogelijk verbreding van het lokale stimuleringsaanbod voor de doelgroepen jeugd, ouderen en mensen met een functiebeperking met als doel de gemeentelijke sportdeelname verder te vergroten van 70% naar 75%.
- Waar staat het Wmo-beleid op dit moment?
- De conceptversie van het Wmo-beleidsplan ‘Met elkaar, voor elkaar’ is ter inzage gelegd en de reacties hierop zijn in een eindverslag verzameld. Dit wordt in de zomer en het najaar verwerkt in het concept, waarna eind 2007 het definitieve Wmo-beleidsplan gereed is.
- Welke keuzes zijn gemaakt t.a.v. de koppeling tussen Wmo en sport-beleid?
- Hellendoorn start niet blanco, maar heeft al ervaring opgedaan in het verbinden van de bestaande sportnota met de sociale structuurvisie uit 2002. Dit heeft concreet vorm gekregen in:
- een sportparagraaf in de sociale structuurvisie, met bijzondere aandacht voor de BSI;
- een hoofdstuk in de sportnota gewijd aan ‘Een leefbare, veilige, vitale en zorgzame samenleving’, waarin met name aandacht is voor stimulering sportdeelname uitgesplitst naar kwetsbare groepen.
Beide nota’s besteden dus nadrukkelijk aandacht aan de verbindingen tussen maatschappelijke ondersteuning en sport.
- Welke rol heeft de gemeente?
- Aanvankelijk was tot ca. 5 jaar geleden Hellendoorn primair gericht op accommodatiebeleid, en dus met name faciliterend. Maar in de sportnota 2003 is al een kentering zichtbaar. Samenwerking met andere beleidsterreinen en andere organisaties wordt steeds belangrijker. Dit vertaalt zich o.a. in de keuze voor deelname aan de BSI (t/m 2008) en BOS-regeling. Deze ontwikkeling zet zich steeds verder door.
- Hoe is het samenwerkingsproces verlopen (intern, evt. intergemeentelijk)?
- Het is erg belangrijk dat je vanuit een integrale visie spreekt, vindt Hans Galgenbeld, hoofd team Sport. ‘Dus hebben we er bij de totstandkoming van de sportnota bewust voor gekozen om aan te haken bij de gemeentebrede sociale structuurvisie. Hert huidige sportbeleid zal op dezelfde wijze langs de Wmo-nota gelegd worden.’
‘Om de gezamenlijke doelen te bereiken zijn inspirerende personen zijn belangrijk. In onze situatie is een bijkomend voordeel dat onze wethouder die én sport én Wmo in zijn portefeuille heeft. Maar ook de wethouders met onderwijs en ruimtelijke ordening in de portefeuille spelen hierin een rol. Intern blijft het afstemmen van ontwikkelingen cruciaal voor succes. Een brede blik is belangrijk: de Wmo-manager moet zich in allerlei disciplines weten te verplaatsen. ‘Hellendoorn in Actie!’ is in dit verband een interessant traject om zowel de bedrijfscultuur van de gemeente Hellendoorn als directe bijdrage vanuit de samenleving aan die samenleving een positieve impuls te geven. ‘
- Welke keuzes zijn gemaakt t.a.v. de projectorganisatie?
- Op dit moment is er een evaluatie gaande van de samenwerking tussen de Sportfederatie Hellendoorn en de BLOS (bestuurscommissie lichamelijke opvoeding en sport). In de BLOS zitten vier vertegenwoordigers van sportverenigingen, die ook lid zijn van de sportfederatie. Verder het hoofd Sport. Zie ook de sportnota 2003. De vraag is nu of dit model nog steeds werkt: een netwerk van sportverenigingen en als extra laag de BLOS. De resultaten van de evaluatie kunnen wellicht gebruikt worden voor de inrichting van de Wmo-raad en Wmo-beleidsparticipatie. Binnen de sport is wel duidelijk geworden dat mensen het gevoel hebben dat het werkelijk iets oplevert, als ze zich ergens voor inzetten. Het moet niet alleen bij praten blijven. Daarom moet je goed nadenken over die participatie en uiteindelijk een helder verhaal en heldere structuur neerzetten.’
- Relevante beleidsdocumenten zijn…
- ‘Onderzoek sportdeelname gemeente Hellendoorn 2007’, Sportscan / gemeente Hellendoorn
- ‘Sportnota Sport in beeld’, gemeente Hellendoorn, 2003
- ‘Structuurvisie Sociaal Hellendoorn 2010. Voor mensen van morgen’, gemeente Hellendoorn, 2002
- Zie voor deze documenten: http://www.nisbsportal.nl/sportservicepunt/sportisvooriedereen/21.asp
Contactpersoon

